donderdag 3 juli 2014

Prins Hendrik der Nederlanden

Prins Hendrik der Nederlanden, de echtgenoot van Koningin Wilhelmina is op 3 juli 1934 overleden, nu dus in 2014  80 jaar geleden. Daarom heeft Anja besloten om ons weer eens te laten genieten van een schitterend verhaal over onze prins.
Prins Hendrik  is geboren als Hertog Wladimir Albrecht Ernst van Mecklenburg-Schwerin op het kasteel Schwerin op 19 april 1876
Hendrik (Heinrich) was het vierde kind en de derde zoon van groothertog Frederik Frans II van Mecklenburg-Schwerin en diens derde vrouw prinses Marie van Schwarzburg-Rudolstadt. Hij had een oudere zus, Elisabeth (1869-1955), die was getrouwd met groothertog Frederik August II van Oldenburg, en twee oudere broers, Frederik Willem (1871-1897; verdronken) en Adolf Frederik (1873-1969). Naast hen had hij nog twee oudere halfzusters en drie oudere halfbroers (twee andere halfbroers overleden reeds voor zijn geboorte), onder wie groothertog Frederik Frans III (1851-1897) en de hertog regent Johan Albrecht (1857-1920).
  Prins Hendrik (1876 1934) in uniform Nederlandse Padvinderij, 1923     
Over de eerste levensjaren van Hendrik is niet veel bekend. In het groothertogelijk gezin heerste een gezellige drukte. Vader Frederik Frans was streng en zeer gesteld op gehoorzaamheid, orde en regelmaat. Hendrik, werd evenals zijn broers, toevertrouwd aan een stevige Mecklenburgse boerin. Later kwam hij onder toezicht van een gouverneur. In de zomermaanden verliet het Groothertogelijk gezin het slot te Schwerin om gedurende enige maanden te verblijven in het  of op het slot Rabensteinfelt.
Later zei Henrik het volgende over zijn verblijf op dit slot: “De vakanties op Rabensteinfelt waren ene groot feest. Juist daar heb ik de natuur en alles wat daarmee verband houdt, zoals b.v. de jacht , leren respecteren”.
Koningin Wilhelmina met  prins Hendrik in jachtkleding, 1900 of 1901
De jonge Hendrik kreeg samen met zijn broer Adolf Frederik les van dr. Wilhelmi, die later predikant werd in Hamburg en dr. Sander uit Schwerin. Ook dominee Kliefoth uit Schwerin en de Engelse gouvernante Bellamy waren nauw betrokken bij de opvoeding van Adolf Frederik en Hendrik. “Het was een leuke tijd”, herinnerde Hendrik zich later. Veel minder enthousiast was de jonge Hendrik toen hij op zesjarige leeftijd verplicht werd deel te nemen aan militaire oefeningen. Veel meer plezier beleefde de jeugdige Hendrik aan het meubelmakers vak waarvoor hij, geheel volgens traditie dat Duitse prinsen ook een ambacht moesten leren, had gekozen.
Koningin Wilhelmina met prins Hendrik, 29 juni 1901
Na de dood van zijn vader, Hendrik was pas 7 jaar, nam moeder Marie de teugels in handen, wat betreft de opvoeding. De tot nu toe gevolgde lessen aan het hof werden afgewisseld met het bezoeken van diverse bedrijven zoals smederijen, porseleinenfabrieken, mijnen en boerenbedrijven. Op 13 jarige leeftijd, in 1889, verhuisde Hendrik met zijn gouverneur naar Dresden, waar hij het Vitzthum gymnasium te Dresden bezocht.     Hendrik was een middelmatige student, beslist geen intellectueel, maar wel een doordouwer.
Hierna maakte hij een reis naar Griekenland, Brits-Indië en Ceylon. In zijn daaropvolgende militaire carrière verkreeg Hendrik de rang van eerste luitenant bij het gardebataljon jagers in Potsdam.
In 1897 keerde Hendrik, buiten zijn normaal verlof om, tot 2 x toe terug naar Mecklenburg voor een sterfgeval. (zijn oudste halfbroer Groothertog Frederik Frans III overleed op 10 april en zijn broer Frederik verdronk op 22 september tijdens een vlootmanoeuvre). Ondanks dat prins Hendrik opgeklommen was tot rang van kapitein was een militaire loopbaan niets voor Hendrik. In de nazomer van 1899 werd hij aangesteld om de staatsrechtelijke zaken van zijn geboorteland bij te houden. Hij werd te werk gesteld op het ministerie van financiën aan de Schlosstrasse in Schwerin. Hij vestigde zich in het buitenverblijf Green House, dat was bewoond door zijn grootmoeder, groothertogin Alexandra en dat zich bevindt in het park van slot Schwerin.
  Koningin Wilhelmina, prins Hendrik en prinses Juliana, 1910
Maar ook op het ministerie voelde hij zich niet bepaald op zijn gemak. Veel meer voelde hij zich thuis te midden van de uitgestrekte bossen en landerijen. Gretig leerde hij daarom ook het vak van boswachter van zijn goede vriend, Wilhelm von Amsberg (1856-1929), de grootvader van onze Prins Claus. Deze was opperhoutvester bij de Groothertogelijke familie. De jonge hertog, die zich gelukkig voelde in zijn buitenverblijf Green House, leek zijn toekomst te hebben bepaald. Niemand had zelfs maar het vermoeden dat hij ooit zijn geboorteland zou verlaten. Maar zijn moeder Groothertogin Marie, bevriend met de Nederlandse Koningin-moeder Emma, hadden achter de schermen andere plannen voor prins Hendrik. Beide waren het er roerend mee eens dat Hendrik en Wilhelmina een ideaal echtpaar zouden vormen. Of de jongelui bij elkaar paste was op dat moment helemaal niet aan de orde. Moeder Emma reist met haar dochter Wilhelmina naar het slot Schwarzburg in Thüringen, Duitsland en de beide grootmoeders zorgen er voor dat er een ontmoeting wordt geregeld tussen Wilhelmina en Hendrik. Hertog Hendrik sprak de Koningin wel aan. Zowel moeder als dochter lieten hun oog vallen op een wat rijzig figuur, van goede koma, die gezellig was en knap. Verlovingsfoto:
Koningin Wilhelmina en hertog (prins) Hendrik. Foto gemaakt in de verlovingstijd…
Op 16 oktober werd de verloving bekendgemaakt. Wilhelmina en Heinrich waren familie van elkaar: de Russischetsaar Paul I en diens echtgenote Maria Fjodorovna waren hun gemeenschappelijke overgrootouders, wat hen achterneef en -nicht van elkaar maakte. Op 7 februari 1901 trouwden ze. Trouwfoto:
Huwelijk koningin Wilhelmina met prins Hendrik
 Heinrich heette vanaf die dag Hendrik. In maart 1902 werd bekendgemaakt dat de koningin zwanger was en in april kwam het bericht dat zij ernstig ziek was. Het bleek tyfus te zijn. Begin mei werd de situatie levensbedreigend genoemd. Wilhelmina was de laatste Oranjetelg en indien zij zou overlijden, zou de troon hoogstwaarschijnlijk naar een Duitser gaan. Meest genoemde kandidaat was Wilhelmina's achterneef Willem Ernst, groothertog vanSaksen-Weimar-Eisenach, een kleinzoon van Wilhelmina's tante Sophie. Mogelijk zou Nederland dan opgeslokt worden door het Duitse Rijk. Eind mei verbeterde haar gezondheidstoestand en om volledig te herstellen ging zij naar Schaumburg. Op prinsjesdag 1902 verscheen Wilhelmina voor het eerst weer in het openbaar.
Prins Hendrik (1876-1934) in zijn werkkamer op het hoofdbureau van het Rode Krui…
Het huwelijk van Wilhelmina en Hendrik bleef lange tijd kinderloos en bracht de eerste jaren vier miskramen. Tevens ontsnapten zowel koningin als prins op 26 februari 1908 nog maar net aan een verkeersongeval. Prins Hendrik bestuurde een auto die tegen een Haagse tram botste. Eind 1908 werd opnieuw een zwangerschap van de koningin bekendgemaakt door minister-president Theo Heemskerk en op 30 april 1909 werd een kind geboren, de latere koningin Juliana.
Koningin Wilhelmina, prins Hendrik en prinses Juliana in paleis Het Loo ter gele…
Dat het koningshuis ten tijde van de eerste decennia van haar regering niet algemeen geliefd en gerespecteerd was, blijkt onder meer uit het liedje van Jean-Louis Pisuisse uit 1909, "Brief van een ongehuwde moeder aan koningin Wilhelmina". Heinrich en Wilhelmina waren familie van elkaar. Tsaar Paul I en diens vrouw Maria Fjodorovna waren hun gemeenschappelijke overgrootouders. Het huwelijk was gearrangeerd, maar desondanks koesterden de echtelieden een zekere genegenheid voor elkaar. Het paar verloofde zich op 16 oktober 1900. De voorbereidingen voor het huwelijk werden overschaduwd door de dood op 5 januari 1901 van Wilhelmina's oom groothertog Karel Alexander van Saksen-Weimar-Eisenach en op 22 januari van de Britse koningin Victoria. Op de huwelijksdag, 7 februari, konden daardoor verscheidene genodigden niet aanwezig zijn, onder wie koning Willem II van Württemberg en zijn gemalin Charlotte van Schaumburg-Lippe, groothertog Adolf van Luxemburg, groothertog Frederik August II van Oldenburg en hertog Karel Eduard van Saksen-Coburg en Gotha. Wel aanwezig waren onder anderen Heinrichs neef groothertog Frederik Frans IV van Mecklenburg-Schwerin, vorst Frederik van Waldeck-Pyrmont, vorst Gunther Victor van Schwarzburg-Rudolstadt, vorst Wilhelm van Wied, vorst Alexis van Bentheim-Steinfurt, prins Albert van Pruisen en de Russische grootvorsten Vladimir en Boris.
Koningin Wilhelmina met prins Hendrik en prinses Juliana tijdens bloemen -en muz…
Heinrich ontving op zijn trouwdag de titel Prins der Nederlanden met het predicaat Koninklijke Hoogheid, maar niet de door de Mecklenburgers geëiste titel Prins van Oranje. Zijn voornaam en roepnaam Heinrich werd op zijn huwelijksdag officieel vernederlandst naar Hendrik. Omdat Wilhelmina het Huis Oranje-Nassau hoger achtte dan het Huis Mecklenburg, bepaalde zij bijKoninklijk Besluit dat haar nazaten de titel prins(es) van Oranje-Nassau zouden voeren vóór die van hertog(in) van Mecklenburg. Het huwelijk tussen de goedmoedige landedelman Hendrik met zijn boertige humor en de strenge en plichtsgetrouwe Wilhelmina was als slecht te kenschetsen. Het echtpaar groeide uit elkaar. Wilhelmina had een hoge plichtopvatting waarvoor bij haar achterneef geen ruimte was. Een ander groot probleem was zijn voortdurende geldgebrek. Hendrik kreeg namelijk geen toelage uit de Nederlandse staatskas. Zijn financiële toestand verslechterde toen na de Novemberrevolutie in 1918 zijn groothertogelijke toelage wegviel. Ook de schandalen waarin Hendrik verwikkeld raakte, mede door pogingen geldbronnen aan te boren, maakten het huwelijk er niet beter op. Pas na zijn dood zou Wilhelmina Hendrik beter leren begrijpen en begon zij zijn karakter zelfs te idealiseren.
Doop  prinses Juliana in de Willemskerk te Den Haag, 05-06-1909. Prent waarop ko…
Wilhelmina kreeg haar eerste miskraam in 1902. De daaropvolgende jaren nam, na nog een aantal miskramen, de spanning toe over de vraag of Wilhelmina kon zorgen voor een troonopvolger of dat de Nederlandse Oranjetak zou uitsterven en de troon bezet zou gaan worden door een Duitse prins. Op 22 november 1908 maakte minister-president Theo Heemskerk een nieuwe "vreugdevolle aandoening" bekend. Prins Hendrik werd in 1909 vader van een dochter, Juliana. Hij kreeg met haar een zeer goede verstandhouding. Hendrik bekleedde diverse erefuncties in het leger. Hij werd in 1901 tot schout-bij-nacht en generaal-majoor à la suite benoemd, in 1904 tot viceadmiraal en luitenant-generaal. Hij had weliswaar zitting in de Raad van State, maar werd door zijn gemalin buiten alle politieke aangelegenheden gehouden. Deze onbeduidende positie betreurde hij ten zeerste ("het is niet aardig meer als je altijd maar voor spek en bonen erbij bent").
Doop prinses Juliana in de Willemskerk te Den Haag, 05-06-1909
Hij maakte zich bij zijn personeel zeer geliefd, maar bleef voor het volk lange tijd een vreemde. In de beginjaren van zijn huwelijk besteedde hij vooral aandacht aan de jacht en de verbetering van de wildstand op de Veluwe. Het jagen werd hem niet door iedereen in dank afgenomen; zijn bijnaam luidde Zwijnen Heintje. Zijn imago verbeterde toen hij in februari 1907 de reddingswerkers bezocht die een dag eerder geholpen hadden bij het redden van passagiers van de SS Berlin die bij Hoek van Holland gezonken was.
Prins Hendrik had grote belangstelling voor het sociale en economische leven in Nederland. Hij zorgde voor de fusie van de twee toenmalige Scoutingorganisaties, De Nederlandsche Padvinders Organisatie en De Nederlandsche Padvinders Bond, en werd vervolgens Koninklijke Commissaris van de vereniging De Nederlandsche Padvinders. Verder was hij voorzitter van het NederlandsRode Kruis en vervulde hij andere maatschappelijke functies. In 1928 opende hij de Olympische Spelen in Amsterdam.
Hendrik hield er een vrij frivole levensstijl op na. Bekend is in dit verband de anekdote van de prins die, na de erepromotie van zijn dochter Juliana een gesprekje voerde met haar erepromotor, de historicus Johan Huizinga. Huizinga zei tegen de prins: "Uw dochter is erg intelligent en kan goed overweg met haar vrouwelijke jaargenoten", waarop Hendrik met zijn sterk Duits accent geantwoord zou hebben: "Dat van die intelligenz heeft ze van haar moeder, dat van die maisjes van mai".
Koningin Wilhelmina (1880-1962) en haar verloofde prins Hendrik (1876-1934) te p…
Door François van 't Sant, een vertrouweling van Wilhelmina, zouden diverse gevallen zijn geregeld waarin Hendrik min of meer werd gechanteerd. In Huize Windekind, de woning van Van 't Sant, arrangeerde hij voor Hendrik ontmoetingen met prostituees, zodat hij enig overzicht hield over zijn seksuele escapades.
Naast zijn liefde voor jagen, was de prins gek op het water. Deze liefde kwam op iets latere leeftijd tot bloei, mede door het feit dat hij toen door Wilhelmina minder graag gezien was aan het hof. In 1913 liet Hendrik op een scheepswerf in Muiden de salonboot Odin bouwen. Een jacht van bijna twintig meter lang, waarmee hij regelmatig in het gezelschap van vrienden en vriendinnen uitstapjes maakte.
Prins Hendrik droeg vele Nederlandse en vreemde onderscheidingen; zie de Lijst van onderscheidingen van Prins Hendrik der Nederlanden. De laatste jaren van zijn leven ging zijn gezondheid snel achteruit. Zijn reuma verhevigde, hij werd alsmaar dikker en in 1929 kreeg hij zijn eerste hartinfarct. De tweede volgde op 28 juni 1934. Op 3 juli 1934 om half twee 's middags stierf hij op 58-jarige leeftijd in zijn kantoor aan een hartstilstand.
Koningin Wilhelmina in paleis Het Loo, in rouw na de dood van prins Hendrik, naj…
Naar eigen wens werd Hendrik op 11 juli 1934 in het wit bijgezet in de Grafkelder van Oranje-Nassau in de Nieuwe Kerk te Delft. Bij zijn dood bleek hij schulden te hebben nagelaten. Enkele weken na zijn bijzetting verscheen een advertentie in de dagbladen waarin Juliana aangaf af te zien van de erfenis van haar vader.
Tijdens zijn huwelijk heeft Hendrik buitenechtelijke kinderen verwekt. In 1979 kwam voor het eerst in de publiciteit dat Hendrik bijMien Wenneker een zoon had verwekt die op 22 juli 1918 te Den Haag was geboren. Het bestaan van deze halfbroer van koningin Juliana werd door Loe de Jong gemeld in deel negen van zijn Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, doch een naam werd niet genoemd. In hetzelfde jaar werd bekend dat het ging om Pim Lier. De onechte zoon was in 1919 tegen betaling van een maandelijkse toelage erkend door de luitenant Jan Derk Lier, toen deze de moeder huwde. Door toedoen van Van 't Sant zou de toelage zijn teruggeschroefd. In september 1992 deelde Edith Schaap-Abbo, een zus van Pim Lier, mee dat ook zij zou door Hendrik verwekt zou zijn. Onomstotelijk bewijs had zij niet. Dat daarnaast Hendrik ook de biologische vader zou zijn van de vier andere kinderen van Mien Wenneker, is nooit komen vast te staan. Na zijn dood betaalde Wilhelmina voor zijn buitenechtelijke escapades financiële vergoedingen; aan Julia Cervey in Genève maandelijks tweehonderd gulden, aan Mien Lier-Wenneker in Den Haag vijfhonderd gulden en aan Wilhelmine Steiner in Zürich eenzelfde bedrag.
Koningin Wilhelmina met prinses Juliana in paleis Het Loo, in rouw na het overli…
Prins Hendrik der Nederlanden, geboren als Hertog van Mecklenburg-Schwerin kreeg voor en na zijn huwelijk met Koningin Wilhelmina der Nederlanden tal van onderscheidingen. Als prins uit een regerende familie kwam hij volgens het gangbare protocol in aanmerking voor de hoogste graad, het grootkruis, in een ridderorde. Prins Hendrik legde, geheel volgens de regels van de heraldiek, zijn wapenschild op het kruis van de Orde van Malta. Hij droeg vaak zijn achtpuntige kruis van de Johanniterorde of Orde van Malta en zijn Spaanse Gulden Vlies.
Lijst van Nederlandse of met Nederland verbonden onderscheidingen
1. Grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw (17 oktober 1900)
2. Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau (18 april 1907)
3. Grootkruis in de Huisorde van Oranje
Prins Hendrik was nauw bij de instelling van deze huisorde betrokken en werd een der eerste grookruisen.
4. Grootkruis in de Orde van de Gouden Leeuw van Nassau (een Luxemburgse benoeming)
5. Watersnoodsmedaille 1926 in Zilver (16 juli 1927)
6. Medaille van het Rode Kruis (11 maart 1911) met briljanten versierd op 16 december 1933
7. De Ruytermedaille in Goud (1907)
8. Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier met het cijfer XXXV
9. Huwelijksmedaille 1901
10. Zilveren Herinneringsmedaille 1926
11. Rechtsridder in de Nederlandse Commanderij van de Orde van Sint-Jan (30 april 1909)
Prins Hendrik was nauw bij deze ridderlijke orde betrokken en werd een der eerste leden van de nieuwe Nederlandse afdeling.
12. Ere-Baljuw Grootkruis van het Nederlandse kapittel van de Souvereine Miliaire Orde van Sint-Jan van Jeruzalem, Rhodos en Malta (4 mei 1911)
13. Kruis van Verdienste van het Nederlandse Rode Kruis
14. Medaille voor Trouwe Dienst van het Nederlandse Rode Kruis (juni 1927)
15. Mobilisatie-Herdenkingskruis 1914-1918
Lijst van vreemde onderscheidingen
Koningin Wilhelmina, koningin-moeder Emma, prins Hendrik en prinses Juliana tijd…
16. Grootkruis met keten en bronzen kroon in de Huisorde van de Wendische Kroon (Mecklenburg-Schwerin)
Deze huisorde werd door de prinsen van het Groothertogelijk Huis gedragen.
17. Grootkruis in de Orde van de Griffioen (Mecklenburg-Schwerin)
18. Grootkruis in de Orde van de Trouw (Baden)
19. Grootkruis of de Orde van Sint Hubertus (Beieren)
20. Grootkruis of de Orde van Hendrik de Leeuw (Brunswijk)
21. Grootkruis of de Ludwigsorde (Hessen)
22. Erekruis 1e Klasse (Vorstendommen Lippe-Detmold en Lippe-Schaumburg)
23. Grootkruis met Kroon en Keten van de Huisorde en Orde van Verdienste van Hertog Peter Friedrich Ludwig (Oldenburg)
24. Ridder in de Orde van de Zwarte Adelaar (Pruissen)
25. Ie Klasse van de Orde van de Rode Adelaar (Pruissen)
26. Koninklijk Erekruis (Reuss)
27. Grootkruis in de Orde van de Kroon van Wijnruit (Koninkrijk Saksen)
28. Grootkruis in de Orde van de Witte Valk (Groothertogdom Saksen)
29. Grootkruis van het Saksisch-Ernestijnse Huisorde (Saksische hertogdommen)
30. Grootkruis in de Kroonorde (Württemberg)
31. Grootlint in de Leopoldsorde (België)
32. Honorair Ridder-Grootcommandeur in de Civiele Divisie van de Orde van het Bad (Groot Britannië)
Prins Hendrik was in 1907 actief betrokken bij het redden van de opvarenden van het gestrande schip SS Berlin en werd daarvoor met deze hoge Britse onderscheiding geëerd.
33. Grootkruis of de Orde van Sint-Alexander (Bulgarije)
34. Grootkruis of de Orde van Eer en Verdienste (Cuba) (1928)
35. Ridder in de Orde van de Olifant (Denemarken)
36. Ridder in de Orde van het Gulden Vlies (Spanje) (1924)
37. Grootkruis in het Legioen van Eer (Frankrijk)
38. Grootkruis of de Orde van de Verlosser (Griekenland)
39. Grootkruis of de Orde van de Heilige Stefanus (Hongarije)
40. Grootlint van de Orde van de Chrysanthemum (Japan)
41. Grootkruis in de Orde van Sint-Olaf (Noorwegen)
42. Grootkruis in de Orde van de Toren en het Zwaard (Portugal)
43. Grootkruis in de Orde van de Ster (Roemenië)
44. Orde van het Estlandse Rode Kruis Ie Klasse (1929) (Estland)[1]
Een aantal orden wordt nu in het Museum van de Kanselarij van de Nederlandse Ridderorden in Paleis het Loo tentoongesteld. Andere versierselen worden in het Koninklijk Huisarchief bewaard. Een groot aantal onderscheidingen, waaronder die van de Deense Orde van de Olifant, moest worden teruggestuurd aan de kanselarijen.
Prins Hendrik in een rijtuig
© foto's van de RVD, via gahetna.nl

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Ik ben benieuwd naar jouw reactie. Wat vind je van deze log en wat kan er nog verbeterd worden?